Charles Darwin suggereerde het al: visetende vogels kunnen ook een belangrijke rol spelen bij de verspreiding van plantenzaden en kleine ongewervelde diertjes. Na anderhalve eeuw levert een groep Europese onderzoekers van onder andere het Nederlands Instituut voor Ecologie het bewijs.

Dat vogels en vissen zaden verspreiden door ze in te slikken en later weer uit te poepen, is bekend. Maar stel dat zo’n vogel of vis zelf ook wordt opgegeten, wat gebeurt er dan met de zaadjes? Die kunnen ook in tweede instantie nog steeds met succes worden verspreid, stelde Darwin anderhalve eeuw geleden al. De wetenschappelijke term daarvoor is ‘secundaire dispersie’. In theorie komen de zaden zo zelfs op plekken terecht waar ze anders nooit zouden komen.

Beruchte visdief

Aalscholver met prooi (Bron: Helge Sorensen)Aquatisch ecoloog Casper van Leeuwen van het NIOO en zijn internationale mede-onderzoekers zochten bevestiging voor Darwins theorie door te kijken naar de aalscholver, die bij binnenvissers berucht is vanwege de grote hoeveelheden vis die hij wegvangt. Een gemiddelde aalscholver eet zo’n 500 gram vis per dag. Alles wat hij niet kan verteren, braakt hij net als een uil uit in de vorm van braakballen, omhuld door een laagje slijmvlies. In die pakketjes kun je dus goed zien wat een aalscholver allemaal heeft binnengekregen. Van Leeuwen en zijn collega’s bestudeerden aalscholverkolonies op zeven plaatsen in Europa. In een op de drie braakballen die ze aantroffen zaten plantenzaden. En in een op de vijf zaten intacte ongewervelde waterdieren zoals mosdiertjes en zelfs een zoetwaterspons.

Lees meer op: https://www.naturetoday.com/nl/nl/nature-reports/message/?msg=23819