Dezelfde spruitjes op je bord, maar dan nog veel gezonder. Dit proberen onderzoekers te bereiken met een nieuwe methode. Men kon dit al doen via veredeling, maar dit kost veel tijd. Nederlandse wetenschappers versnelden het proces door bacterien in te zetten.

Al eeuwenlang maken plantenveredelaars onze groenten en fruit steeds gezonder. Eerst gebeurde dit eigenlijk onbewust, doordat ze zaden van de beste planten opsloegen voor het volgende jaar. Maar tegenwoordig selecteren experts gewassen en planten die bepaalde eigenschappen hebben. Bijvoorbeeld rozen met extra grote bloemen, aardappelplanten die bestand zijn tegen droogte of gewassen met extra veel voedingsstoffen. Daarmee kweken de veredelaars dan verder. Van de nakomelingen kiezen de kwekers weer de beste uit en zo gaat dit steeds maar door totdat ze de ‘beste’ gewassen over houden. Afhankelijk van het gewas duurt dat proces tussen de vijf en dertig jaar.

Onderzoekers van de Universiteit Utrecht ontwikkelden een snellere methode om gewassen te verbeteren. Ze hoefden niet te wachten op nakomelingen en ook geen dertig jaar geduld te hebben. Ze werkten namelijk met kleine wezentjes die je niet met het blote oog kunt zien en op en om planten leven. Deze micro-organismen hebben een invloed op de groei, het afweersysteem en de ontwikkeling van planten. Dat is vergelijkbaar met de bacterien in onze darmen (de darmflora) die onze gezondheid beinvloeden.

De wetenschappers maakten slim gebruik van bacterien in de bodem. De bacterien die de wetenschappers toevoegden aan de aarde maken chemische stofjes aan die planten aansporen om meer voedingsstoffen op te nemen uit de bodem. De chemische stofjes van de bacterien zorgen er namelijk voor dat planten meer van het planthormoon ethyleen maken. Dat is belangrijk, omdat dit hormoon een soort grijpmachine activeert die voedingsstoffen zoals zink en fosfor uit de bodem binnenhaalt. Daarnaast zorgt het hormoon ervoor dat de plant die voedingsstoffen van de wortels naar het bovengrondse deel vervoert. Dat is het deel van de plant dat we eten. Door ervoor te zorgen dat de plant extra veel ethyleen maakt, zuigt hij dus meer voedingsstoffen op uit de bodem, waardoor het gewas voedzamer wordt.

In Europa mogen we echter niet zomaar nieuwe bacteriesoorten in de grond spuiten, ook al zijn ze natuurlijk. Maar in bijvoorbeeld Afrika en Amerika mag dat wel. In plaats van de natuurlijke bodembacterien aan te passen, kunnen boeren direct een mix van gunstige bacterien door hun grond mengen. Een nadeel is dat die boeren regelmatig nieuwe bodembacterien toe moeten voegen om de gewassen te blijven beinvloeden. Op die manier voedt een boer in Afrika met dezelfde oppervlakte aan land twee keer zoveel mensen. En voor wie niet graag groenten eet is het ook leuk want groenten die voedzamer zijn zorgen ervoor dat je met evenveel hapjes de dubbele hoeveelheid voedingsstoffen binnenkrijgt. Bron: https://www.nemokennislink.nl/publicaties/voedzamere-groenten-door-bodembacterien/