logoprofessor talles rechts

logo

NeW-s brief

Meld je nu aan om onze wekelijkse nieuwsbrief te ontvangen

Het onderzoeksschip Tara sleept een planktonnet achter zich aan doorheen de poolzee. Dat vangt niet enkel plankton... Foto: Anna Deniaud

Ver van de bewoonde wereld drijven honderden tonnen plastic afval. Europese en Amerikaanse onderzoekers vonden de snelweg waarlangs het spul de vergetelheid in kon drijven. De Golfstroom, die vanaf Florida oversteekt naar Europa en ons zo’n vier graden extra temperatuur cadeau doet – het is in Madrid stukken warmer dan in New York ertegenover – transporteert niet alleen warm water. Hij sleept ook drijvende microplastics, van de Amerikanen en van ons, mee tot in de noordelijke poolzee, waar hij afkoelt, daardoor zwaarder wordt en in de diepte duikt. In de diepte zorgt een tegenstroom ervoor dat al dat aangevoerde water weer teruggevoerd wordt, en de ‘transportband’ een gesloten lus vormt.

Het plastic duikt niet allemaal mee de diepte in, en blijft achter in een gebied ten noorden van de Groenlandzee en de Barentszzee, schrijft een reeks vorsers in Science Advances. Het klinkt logisch en eenvoudig, maar de onderzoekers moesten hopen gps-gegevens van 17.000 boeien uitlezen en in kaart brengen om het te bewijzen. Het plastic volgt de ‘thermohaliene circulatie’, zoals de Golfstroom onder wetenschappers heet. Elders in de poolwateren is er nauwelijks plastic te vinden, maar in dat ene gebied des te meer.

Voorlopig bevat het plastic-eiland in de poolzee slechts drie procent van al het plastic dat in zee drijft (en op 110 miljoen ton wordt geschat), maar het spul accumuleert er wel. Het kan dus alleen maar erger worden. En dat gaat serieuze gevolgen hebben voor het unieke ecosysteem van de noordpool, vrezen de vorsers. Zeker omdat het milieu er toch al zwaar onder druk staat door de krimpende ijskap.

De onderzoekers veronderstellen dat de bodem ter plaatse ook wel smerig zal zijn, maar dat kunnen ze voorlopig niet bevestigen. Het meeste drijfplastic bestond uit stukken en brokken, merendeels tussen een halve millimeter en een centimeter.

bron: http://www.standaard.be/cnt/dmf20170421_02844340